Oeganda en Jezus

Oeganda en Jezus.

Soms schieten de tranen in je ogen..
Soms komt er een apart gevoel in je buik omhoog..
Soms lijkt mijn binnenste op een vulkaan, net voor het moment van explosie en eruptie..
Voortdurend die gevoelens van ontroering, waar komt dit toch vandaan..?

Ik vraag me dan (soms wanhopig) af wat er met me gebeurd.
Waar heeft dit mee te maken? Welke boodschap vertellen mijn gevoelens mij?

Ik kijk foto’s, luister naar verhalen, plaats herinneringen, geuren, indrukken en gevoelens erbij,
Ik probeer het plaatje compleet te krijgen, misschien wel teveel te begrijpen..
Ik probeer overeenkomsten te vinden, patronen te ontdekken.

Soms krijg ik een glimp te zien en snap ik er iets van. Dat hoop ik in elk geval.

Een kind wat bij Kees van de Beukel op schoot kruipt en daar in slaap valt, als een meest veilige plaats om te slapen zonder dat je iets ergs kan overkomen.

Tiemen die ik wankelend (te zie op de trailer van de muskatlon 2014), bezig om de 63 km vol te maken. Als ik wat langer kijk zie ik Jezus, wankelend met de last van de wereld, bezig deze naar het kruis te brengen.

Pastor Joseph, die niet van opgeven weet, maar vooruit blijft kijken. Zichzelf gevend voor datgene waar hij in gelooft. Zichzelf opofferend voor diegene waar hij in gelooft.

Als ik Ben hoor vertellen over barmhartigheid, de plachitsomai, de verscheurdheid die Jezus voelde bij het zien van pijn, leed en onmacht. Als ik zijn emoties proef, dan lijkt hij in mijn beleving diezelfde emoties van Jezus te vertolken.

De onuitgesproken maar des te meer voelbare boodschap van Nazenin, door naast me te komen zitten, en vervolgens tegen me aan te kruipen. Zomaar een daad van vertrouwen, maar wel onuitwisbaar..

De moed van de werkloze vader van Matthew, die een dertiende kind in zijn gezin adopteert en het Lucky noemt..

De kinderen op de school tegenover ons hotel, om een glimp van ons op te vangen trotseerde ze de met een stok slaande meester.., waarom?

De mensen in Adwari, het dorp en de streek met de vloek vertelde dat het was alsof er engelen uit de hemel neerdaalden toen de 120 lopers in Adwari neerstreken.

Het zou zo maar kunnen dat deze mensen de hand van Jezus hierin zien, of Jezus zelf.
Ik zie het soms ook..

20130715-070735.jpg

Afscheid van Adwari

Geschreven door Theo van de Heuvel.

Het is zondagmorgen kwart over zeven en ik sta bij de bagageband op Schiphol. Om mij heen speuren 120 mannen naar hun koffers. De nachtvlucht uit Kampala heeft sommigen goed gedaan, anderen kregen de slaap zichtbaar minder goed te pakken. Net toen ik me begon af te vragen of mijn bagage in Kampala was achtergebleven, riep iemand me toe: ‘Hee Theo, ik heb je koffer hier al hoor!’ We bevinden ons in een soort niemandsland. We zijn niet meer in Oeganda, in de wereld van armoede en niet genoeg, het Adwari van Pastor Joseph en zijn tractor en het gebied van de marathon. Maar ergens we zijn ook nog niet in Nederland. De meesten van ons moeten nog landen. Sommigen zien hun geliefden en zwaaien uitbundig naar de opgetogen mensen achter de glazen wanden. Heerlijk om er weer te zijn! Ik neem afscheid van de mannen. We hebben samen een band opgebouwd. Er is kameraadschap ontstaan. Zo’n intens avontuur samen beleven smeedt en versterkt vriendschap. Ik gun mezelf niet al te veel tijd overigens, want ik wil mijn trein niet missen. Ik wil geen half uurtje later dan nodig bij Harmke en de kinderen zijn.

Ik wandel met wat Musketiers naar de uitgang, check nog snel hoeveel minuten ik heb om mijn trein te halen en drentel vervolgens de schuifdeuren door. Ik geloof mijn ogen niet. Wat is dit schitterend! Overal Musketiers verstrengeld in een innige omhelzing met hun geliefde echtgenote. Blije kinderen die vol trots hun papa feliciteren met zijn topprestatie. Voor een moment sta ik daar met mijn koffer wat onhandig te draaien. Hoe vind ik mijn weg in deze kluwen van omhelzingen, plezier, opluchting en ontlading? En waar zal ik eens heenkijken in deze warboel van weerzien? Veel tijd om na te denken krijg ik niet, want daar is Pieter. Pieter! Onze geliefde vriend en held die in Enschede op kantoor de administratieve jungle van het hele avontuur samen met zijn team uitstekend heeft beheerd. Zijn immer lachende hoofd komt dichterbij en daar heb ook ik mijn eerste omhelzing te pakken. Er volgen er meer. Veel meer. Het duizelt me. Ik beweeg me naar voren, een uitweg zoekend naar de trein, want al die liefde hier doet mij nog meer verlangen naar thuis. Het lukt, ik ben een paar meter verder. Plotseling sta ik daar voor een groot rood spandoek. Compassion en Open Doors delen cadeaus uit. Wat een ontvangst! Met een rode roos en een rode fles wijn onder de arm, en een gloednieuwe felrode Musketiersfleece om mijn schouders spring ik een paar minuten later met andere noorderlingen aan boord van de Intercity. Ik zoek en vind een plekje, en strijk neer. Even bijkomen. Al snel dwalen mijn gedachten af naar Adwari. Adwari. Uiteindelijk bleek het daar allemaal om te gaan. Want wat was er nu werkelijk gebeurd?

Donderdag 30 mei was de dag van de marathon, de dag waarop we ons hadden gefocust. 120 blanke mannen streken neer in Adwari, trotseerden de hitte, de eindeloze meters en de pijntjes in die paar uren hardlopen over de rode aarde, door de fraaie vegetatie en langs dankbare Oegandezen. Daarna was er feest. 1500 Oegandezen uit de omgeving van Adwari waren afgekomen op het festival. Er werd gelachen, gedanst, gegeten en gevierd. Wij waren over het algemeen te uitgeput voor toespraken, te vermoeid om te dansen, te misselijk om te eten en daarom halverwege de middag al gereed om terug te keren naar het hotel in Lira. Daar deelden we met elkaar de extremiteit van de (halve) marathon-tocht en voor een handjevol kerels de ultraloop. Daarna doken we onze bedden in. Moe, maar o zo voldaan. Nietsvermoedend van het wonder van Adwari.

Pastor Joseph deelde met Henk de volgende dag wat er nu werkelijk was gebeurd.

Adwari.

Wij dachten dat dit slechts de naam was van het dorpje. Maar het betekende nog meer. ‘Adwari, Adwari’ was dé zin die je uitriep met de handen ten hemel geheven, als je een botbreuk opliep, een pan met water liet vallen, je voor de zoveelste keer geen eten kon geven aan je kinderen. ‘Adwari, Adwari’. Het was als een vloek gaan inwerken op de inwoners van de streek, die zo vaak waren geteisterd door rebellen, dieven en ellende. Ze waren het zelf gaan geloven. Zou er uit Adwari iets goeds kunnen komen? Toen Pastor Joseph de mensen vertelden dat er een marathon in Adwari zou worden gelopen door 120 blanke mannen, lachten ze hem schamper uit. Wij zijn immers Adwari, Adwari, hoe zou dat nu ooit hier kunnen plaatsvinden? Maar toen Klaas Oudman met een gevolg aan politiemannen de route kwam verkennen, begon hoop te gloren. ‘Zou het dan toch…?’ En ja, het zou dan toch! Op donderdag 30 mei gonsde de opwinding door de streek. Ze zijn er echt! En ze rennen ook nog. De rood aangelopen blanke mannen, hun gezichten nauwelijks onderscheiden van hun vuurrode Musketiershemd, werden beschouwd als een bovennatuurlijk verschijnsel, als een onmogelijk beschouwde werkelijkheid. Deze dag, deze mannen, dit verhaal – in hun dorp! Maar daar blijft het niet bij. Na de marathon was het feest. 1500 mensen waren er op afgekomen, en er was niet genoeg te eten. Na een slimme ingeving werden de 100 lunchpakketten ingeleverd en uiteindelijk bleek iedereen voldoende te eten te hebben. Ook dat ontlokte verbazing. Doorgaans aten westerlingen het beste voedsel op en verdwenen dan weer naar hun hotel. Nu nam bijna geen enkele blanke deel aan de maaltijd (weliswaar te misselijk en te moe voor eten, maar dat terzijde) en vertrokken ze zomaar in hun busjes. Toen wij allang lagen te slapen, feestte Adwari nog door tot ver na middernacht. Nooit eerder werd vreugde zo rijk gevierd. De vloek van Adwari, Adwari was doorbroken.

God had de zaak omgekeerd ten goede. Wij hadden het niet in de gaten. Maar wij waren niet zomaar in Adwari. Wij moesten er zijn. Dit was onderdeel van Gods plan voor Noord-Oeganda.

Vanaf nu praat heel Noord-Oeganda over Adwari. Maar niet langer zijn de inwoners van Adwari de mensen onder de vloek in de uitroep van radeloosheid. Nee, vanaf nu gaat Adwari de geschiedenis en de toekomst in als het dorp van de zegen, het dorp van de marathon, het dorp waar het wonder geschiedde.

Adwari staat als een gedenksteen in ons hart.

De betrokkenheid vanuit Nederland op de belevenissen in Oeganda was overweldigend. Voor alle support, bemoediging en meeleven – dank, veel dank!

Namens de 4e Musketier,

Theo van den Heuvel

De Muskathlon

De dag voor de marathon stijgt de spanning, we krijgen de laatste instructies wat we wel moeten eten en drinken, en ook juist wat niet.
Dokter Jan vertelt welke lichamelijke problemen we tegen kunnen komen.
Als je gedesoriënteerd bent, halen we je uit de wedstrijd, had dokter Jan zeer beslist gezegd.
En gedesoriënteerd waren we voor de wedstrijd al, met het hoofd zaten we al bij de marathon. spullen kwijt die mee moesten, vergeten waar ik iets neerleg, zit het nu wel of niet in de tas, dingen dubbel doen of juist niet. Iedere keer zeiden we tegen elkaar: ” Laat dokter Jan het maar niet zien, dan mogen we niet eens starten”
De dag ervoor hebben we ons klem gegeten aan koolhydraten.
Op de wedstrijddag zaten we s’ morgens om drie uur aan het ontbijt, om op tijd te zijn voor de start in Adwari. Bezoek aan het speciaal voor ons gebouwd toilet lukte niet, in het donker was het gat in de vloer niet te vinden. Een nieuw toilet wil je ook schoon houden. Dan maar eerst starten, dan zien we wel verder.
Henk had een geweldige toespraak. ” Deelnemer zijn ipv toeschouwer. We werden opgeroepen om een finisher te zijn. Kun je niet meer rennen, dan ga je wandelen, kun je niet meer wandelen, dan ga je kruipen, maar hou vol. Wordt geen man van het grote bijna: bijna was ik bij de finish, maar hou vol. Beschouw de marathon als een miniatuurversie van je leven en hou vol, en merk dat je gedragen wordt als op arendsvleugelen om het beste van jezelf te geven”

We gingen van start om 6.05, de zon kwam langzaam op en we liepen in een exotisch mooie omgeving. Een boer was met vier ossen aan het ploegen in de ochtendgloren.
We hebben meer dan de helft op smalle wandelpaden gerend, langs hutjes en akkers.
Alsof je in een filmdecor liep. Overal stonden mensen voor hun hutjes, op de rand van de akker of langs de weg. Het parcours was een lus van 14 en van 8 kilometer, ( en twee keer gelopen moest worden) met een rondje om de kerk van pastor Josef waar steeds meer locals zich verzamelden. Onder luid gejubel werden we steeds onthaald en naar de volgende lus geleidt.

De eerste lus liep het heerlijk, het was nog koel, maar het werd snel heter. De tweede lus ben ik een keer gestopt omdat mijn buddy inhaalde, hij had last van zijn knie en kon niet meer rennen. Gebeden voor zijn knie, en een sanitaire stop en daarna weer verder voor de tweede lus. Met het warmer worden begonnen mijn benen op te spelen. Op 2.23 kwam ik de 21048 meter over, op naar de derde lus. Dit ging al snel mega zwaar en mijn benen gingen harder protesteren. Af en toe even moest wandelen.
Hoewel ik totaal 9 liter heb gedronken, hoefde ik niet te plassen, achteraf gezien toch nog te weinig dus. Bidden om kracht hielp wel, maar de snelheid was nu zo laag dat het een uitputtingsslag werd. Het werd steeds heter. Ik heb een tijdje met Sjoek opgelopen, hij had zijn enkel geblesseerd en stapte uit bij de 34 km. Het werd steeds heter.
Op ieder post werden een aantal natte sponzen in de nek gelegd, om te koelen.
Bij de laatste passage van de kerk rende ik zo fris mogelijk de laatste lus van 8 kilometer in om niet aan de kant gehaald te worden.
De laatste lus heb ik meer gewandeld dan gerend, mijn benen weigerden gewoon om langer dan een halve kilometer te rennen. Ik haalde Jurgen in en samen zijn we verder opgetrokken. Het laatste stuk voor de finish zagen we twee renners voor ons, er woei een briesje en ik dacht aan de adelaar van Henk, zwevend op de wind. Ik zei: ” Denk je dat we die nog kunnen pakken voor de finisch?” We besloten ze in te lopen. Het lopen met de finish in zicht konden we volhouden en rennend kwamen we in 5,26 de finish over.
Een enorm gejubel van de ugandese vrouwen in typisch afrikaanse stijl was het onthaal, evenals twee handen vol koude sponsen die onverwacht in mijn nek werden geduwd en over mijn hoofd werden leeggeknepen.
Dankbaar en blij dat ik het had gehaald!
God doet wonderen, in 1998 ben ik afgekeurd voor mijn werk vanwege een enkelblessure. in 2013 loop ik marathon, een lange veldloop van 42195 meter, alles protesteert,maar ik heb geen centje pijn aan aan mijn enkel.

Bij de kerk was het erg druk, zeker 2000 mensen hadden zich van heinde en ver verzameld om een feest mee te maken rond de eerste marathon van Adwari.
Op een paar vuurtjes hadden vrouwen gekookt voor 2000 mensen.na alle plichtplegingen en uitwisselingen van
Het was een groot Afrikaans feest en het was jammer dat we weer terug moesten naar het hotel. Mensen waren dankbaar ik ben dankbaar dat ik dit mee mag maken, en de mensen hier iets mag geven, en zij zijn dankbaar dat ze ons iets mogen geven. Ondanks alle armoede, was het in eenvoud een geweldig feest. Ik heb er niet gegeten, de kinderen die daar waren hadden het harder nodig. Ik heb wel gedoucht in de openluchtdouche speciaal voor ons gebouwd.

Voldaan reden we terug in de bus, alle ervaringen en belevenissen delend met elkaar.
Een dag met een gouden rand, een dag waarin we hebben gerend op het mooiste parcours dat ik ken.

De Marathon volbracht

422379_533697030021971_1405619884_n

De ‘muskathlon’ van 42 km is succesvol uitgelopen door Kees. Onder een strakheldere lucht en met een temperatuur van bijna 30 graden heeft hij uren lang gelopen en gevochten om de finish te bereiken. Na 9 liter vocht (en weer 9 liter uitzweten) en 5 uur en 26 minuten liep hij uiteindelijk over de finishlijn.

Openluchtdienst de Nijl

Kerkdienst aan de nijl.

Voor zes uur wakker, koffer inpakken, kamer leeg en naar het ontbijt
Na het ontbijt snel de bus in en snel door het krioelend verkeer heen op weg naar Lira. Onvoorstelbaar at er niet veel meer ongelukken gebeuren, het is niet een bepaald roekeloos rijgedrag op de ugandese wegen. Soms is de weg maar anderhalve auto breed, lopen er mensen langs op de stoep die er niet is en fietsen er mensen op
Ht fietspad at er niet is. Tel daarbij de vele elkaar inhalende brommers bij op en je hebt het straatbeeld. Wie het meest durft, schiet het hardst op.

Het beeld naast de weg is op veel plaatsen al even triest. Talloze verkopers en stalletjes, straatverkopers en markten worden gepasseerd. Naar mijn idee moet iedere oegandees minimaal, vijf bananen, drie mangos en twee ananassen per dag eten, om de voorraad langs de straat weg te werken.

Triest is dat er soms mensen verdwaast, totaal in een soort trance op straat lopen, lijkend op een mix van verdwazing, desoriëntatie en apathie. Het zijn het soort mensen wat bij ons hopelijk hulp weet te vinden in een kliniek of opvangcentrum.

Opvallen is het accepteren van de ongelijkheid. Als een soort berusting staat en keurig nieuw uitziend etablissement naast het meest afschuwelijke vervallen krotachtig hok, wat een winkel moet voorstellen.
Vanmorgen zag ik veel vrouwen die bezig waren om de weg te vegen, gebukt met een bosje takken, niet eens een steel eraan zodat het een takkenbezem wordt. De straat ziet er eenvoudig maar wel schoon uit, behalve op sommige plaatsen, in Nederland is dit niet anders.

Op zich is alles wel onderhouden, maar het lijkt heel snel weer aan onderhoud toe. Zo is het asfalt in orde, maar de bermen weer niet, erosie lijkt de boosdoener.

Aan de oever van de nijl hebben we een indrukwekkende kerkdienst. Een kerk met een bladerdak, compleet met lianen uit de tarzanfilm. Tarzan heb ik niet gezien, de apen wel.
Een bijzondere plek om met elkaar na te denken hoe mooi God het heeft bedoeld, met de vraag of wij ook stromen van levend water verspreiden, of blokkeert iets de stroom.
Kadootje was een foto van een nijlpaard, op ongeveer vijfhonderd meter. Hopelijk is zijn bek groot genoeg om uitvergroot zichtbaar te zijn.

Gebroken paradijs

De eerste indruk van Oeganda is er een van bewonderingen En verbijstering. k wist niet dat Oeganda zo mooi was. Ik wist niet dat de gebrokenheid zo groot was. niet eerder heb ik zo de tegenstelling gevoeld tussen het land wat toont als een paradijs, en de door elkaar krioelende mensen, hopend op verdienste om een maaltijd voor die dag te hebben. Ik begrijp wel dat ze bij de dag leven, twee dagen is te veel, een week niet te overzien.

Ons bezoek aan de sloppenwijk was hartverscheurend, om te janken. Een stinkend benauwd hok, wat in Nederland voor vee zou worden afgekeurd, dient als onderkomen voor een vader, die samen met zijn vrouw 12! Kinderen moet grootbrengen, een 13e kind hebben ze als baby geadopteerd, omdat het geen ouders meer had, ze hebben hem Lucky genoemd. De ruimte was niet groter dan 10 vierkante meter, zonder water, elektriciteit of voldoende ventilatie. Koken deden ze voor het huisje. Toen we aankwamen ontstond er een ruzie met een Moslimman even verderop. Het bleek de LandLord te zijn, een soort huisjesmelker zeg maar. Onze man werd bedreigd met uitzetting uit zijn huisje, als we voor de deur bleven zitten, zwetend van de spanning en warmte stonden we met de man in zijn huisje, er was geen plaats om te zitten. De tranen stonden in zijn ogen toen hij vroeg om voor hem en zijn gezin re bidden.

Zeer confronterend. Je voelt je als een buitenstaander, die het leed van zeer vele zomaar binnen wandelt. Het voelt onrechtvaardig, vreemd, want ik heb de keus om er weer van weg te wandelen, en hij, zijn gezin en vele anderen niet,
Het is niet eerlijk.
En het zijn er zoveel. Zoveel dat de ontmoediging zomaar zou kunnen toeslaan. Maar dat wil ik juist niet laten gebeuren,
voor Matthew, de zoon van deze vader maakt het verschil, hij zit in het project van compassion. Door Matthew maakt het ook verschil voor het hele gezin. veel van de werkers die deze week met ons optrekken, zijn op deze manier uit de hopeloze situatie ontsnapt, en helpen nu anderen om er uit te komen.

Terug bij het hotel was er een gigantisch feest aan de gang, vijf bruiloften werden groots gevierd, met kleurenpracht en feestelijke gewaden.

Ik heb niet eerder een situatie meegemaakt waar de gebrokenheid zo sterk zichtbaar, voelbaar en merkbaar was.
De kleurijke schoonheid van het landschap en de mensen in Uganda, en de grauwe troosteloosheid van de hopeloosheid van de armoede.

Het moeilijks vind ik om te blijven voelen, om mijn hart niet toe te sluiten, bij het zien van deze tegenstelling…

Voorbereiding en ontmoeting met ex-kindsoldaten

Vandaag weer vroeg op, om op tijd aan ontbijt te zijn en naar het andere hotel te gaan, waar we de groepen weer bij elkaar voegen.

De devotion slaat in als een bom. Even eenvoudig als doeltreffend raakte mij het derde alternatief. Dit is wat ik zocht.
Henk spreekt over Marcus 4:38 de discipelen maken Jezus wakker als ze bang zijn dat ze vergaan in de storm. De discipelen doen het juiste. Niet vluchten zoals de andere scheepjes, niet meer vechten in eigen kracht om de storm aan te kunnen, maar Jezus wakker maken! Door de woorden van Jezus stilt de storm en wordt de zee rustig.
De oproep was om de angst als richtingaanwijzer te gebruiken, als richting voor welke kant je op moet. Waar je bang voor bent wil God je juist voor gebruiken!
De discipelen waren bang voor de storm en zeebeving, maar toende wind en zee stil wern, waren ze veel meer bevreesd voor Jezus en zijn macht.
Zo zijn de mensen in Uganda bang geworden door 20 jaar terreur van de rebellen van Jozef Koney, maar ze mogen ontzag krijgen voor Jezus en zijn vrede.

We zijn naar het project geweest waar we de marathon gaan lopen, hebben het slechtste stuk even verkend, dit gaat door een stukje moerasachtige slenk. Verder heben we vier kilometer gerend op een wandelpaadje van gemiddeld een halve meter breed, doorhet prachtige natuurschoon van Uganda, aangemoedigd door de bewonders aldaar.

Eerder hebben we kennis gemaakt met pastor Josef, een man die in de oorlog achter de linies werkte om de mensen over Jezus te vertellen, te helpen met pastoraat. Hij heeft de bede om iedere dag 1 ziel bij Jezus te brengen, dit gebeurd al jaren. Hij heeft in de jaren van oorlog op zes plaatsen een kerk gesticht. Deze man is 50 jaar, gemiddelde leeftijd is 47. Zijn wens is om een tractor te kunnen kopen om de honderd hectare die hij heeft te ploegen. Nu is dat maar vijf hectare.
We zij vastbesloten om deze held vrijdag een tractor te kunnen laten kopen, met ploeg en kar, om de vele gezinnen daar te helpen.

Indrukwekkende getuigenissen. Van drie kindsoldaten, die ontsnapt zijn en niet gepakt. Heftige trauma’ s, waar ze een klein stukje van durven vertellen, maar waar je van moet kotsen als je hoort wat ze moesten doen. Deze drie mensen kwamen niet uit het dorp zelf. We hebben voor de ugandezen gebeden, en de Ugandezen hebben voor ons gebeden. Prachtig moment. Pastor Josef mocht hen alle drie bij Jezus brengen, want ze kende Jezus nog niet.